Fidel, armaturenkoning
Trinidad, 25 januari 2013
Héél Cuba wordt met klinische spaarlampen verlicht, opgelegd door het regime en door staatscontroleurs gehandhaafd. Daadkrachtig optreden van de Partij. Alle armaturen dragen de lampen van deze verlichte geest. Fidel is de armaturenkoning. Cuba? No Problem! Overal staan ramen en deuren open. Zelf vinden wij het gewoon dat alles van onszelf is. Dat we erover kunnen beschikken in onze van de buitenwereld afgesloten woonruimte. In Cuba lijkt alles publiek. Van iedereen.
Onderweg zien we van alles. Een schooljuffrouw schiet tijdens de les een peuk door het open raam naar buiten. Verderop onderhandelen twee mannen over een grote vis die nog met zijn bek aan een draad hangt. We passeren verschillende verkooppunten van vlees, fruit en groente. Cubanen laten hier hun bonnenboekje aftekenen. Een paar leren schoenen kost volgens het prijskaartje tweehonderd pesos. Dat is omgerekend vier dollar. Als ik naar het kaartje wijs, schudt de verkoper zijn hoofd en steekt vervolgens acht vingers omhoog: dubbele prijs voor niet-Cubanen. We laten ons voortdrijven door de straten in een afgelegen buurt. Onverharde wegen en schrijnende armoede.

Portret
Trinidad, 25 januari 2013
Een door de tijd behoorlijk aangetast schoolgebouw verrijst uit het landschap. Grote geschilderde portretten van Che en José op de schoolmuur. De communistische droom is uitgelopen op een karikatuur: weliswaar gratis onderwijs, maar geen geld voor het onderhoud van een schoolgebouw. Geen perspectief op een fatsoenlijk salaris en aangewezen op een inkomen dat te hoog is om failliet te gaan en te laag om redelijk van te kunnen leven. Stilstaan. Veel Cubanen weten echter meerdere bronnen van inkomsten te vinden. Naast een baan als ambtenaar, wordt taxi gereden, fruit verkocht, een casa verhuurd of in een bar gewerkt.
Een woeste wind omsingelt ons huis en veroorzaakt een spookachtig geluid tijdens het invallen van de duisternis. In de ochtend en in de avond, als wolken zich samenpakken, is het koeltjes, de Cubanen in dikkere kleding gehuld. Frio! De middagzon warmt de stad snel op en veroorzaakt een broeierige atmosfeer. Dais heeft een barret gekocht.

Ancon Beach
Ancon Beach, 26 januari 2013
In een vijfenvijftig jaar oude, maar gerenoveerde Lada, worden we van Trinidad vervoerd naar Ancon Beach. De jonge chauffeur, een kennis van de familie van onze casa in Trinidad, rijdt met spiegelbril. Hij beschikt over een Iphone, verstopt in een nis van de taxi. Heimelijke luxe. Een kadaver van een paard ligt langs de weg, ergens halverwege de route. We arriveren bij een resort voor een kort verblijf. Instantmuziek waaiert in flarden over het strand, waar we neerstrijken op een strandbed. Weinig gasten om ons heen, wèl maken we kennis met de vele vliegen, die talrijk landen op onze tassen, armen, gezicht en strandstoel. Cuba? No Problem!


Havana
Havana, 28 januari 2013
Dieseldamp trekt langs de gevel omhoog. Druk verkeer in oud Havana. Een sleutel valt aan een lang touw langs de voorgevel van een casa naar beneden, zodat de vrouw des huizes, die enkele kamers verhuurt, niet alle trappen hoeft af te dalen. Wij klauteren hoopvol omhoog , nadat we hebben aangebeld en zelf de deur met de sleutel geopend. We vinden een prachtige kamer, na een eerdere tocht langs duistere adressen, scheve panden en verborgen armoede. Uiteindelijk besluiten we een net gereserveerde kamer in zo’n achterafpand met een scheve overloop en een duizelingwekkende trap, niet te betrekken en ons verlies, een aanbetaling van 20 CUC, te nemen en te kiezen voor dit adres: een kamer met hoog plafond, een wiekende plafondventilator en een balkon met panoramisch uitzicht over een oud stadsdeel. Vanuit het balkon lijken de stadsbussen van speelgoed. Stilte is schaarser dan voedsel in Cuba. Alles drukt zich uit in geluid en herrie: “psst. Taxi?” De stem van een man galmt door de straten: “LEJO”blijft hij roepen. Vervolgens blaast hij op een fluit. Hij overstemt zelfs het verkeerslawaai. Er zijn velen zoals hij, met een handkar en handelswaar.


Malecon
Havana, 29 januari 2013
Opnieuw lopen we een rechthoek door de stad, wel twee of drie. Onze longen zijn gevuld met dieseldampen. Havana blijft een caleidoscoop van indrukken. We kopen een schilderij, bezoeken een galerij, drinken een sapje op het Plaza de Cathedral en zelf werk ik een van het vet druipende kip naar binnen, met een sponzig broodje geserveerd. We boeken voor onze laatste overnachting een kamer in een hotel aan de Malecon.
Havana
Havana, 30 januari 2013

Bangkok-Amsterdam
Bangkok, 23 juli 2011
Tijdens een rit prijst een taxichauffeur Thaksin de hemel in en verwijst de beschuldigingen van corruptie naar het rijk der fabelen. Alle grote projecten, zoals de skytrain, zijn volgens hem aan Thaksin te danken, net zoals de verhoging van het minimumloon. Volgens de chauffeur leidt dit niet tot inflatie. De prijzen voor de skytrain worden namelijk verlaagd naar 70 baht. Goedkoop vervoer. Alle vertrouwen. Een politieman verdient ruim 200 dollar per maand. Niet genoeg. Zelfs niet bij de gratis behuizing die hem ter beschikking wordt gesteld. Corruptie is een welkome aanvulling. Eerder zag ik een buschauffeur een motoragent een bankbiljet toeschuiven. De auto rijdt langs de plek waar vorig jaar mensen in protest hun leven verloren. Verderop een school. Sinds vijf jaar wordt het onderwijs op de lagere school tweetalig gedoceerd: Thais en Engels. Kinderen in uniform spelen op het plein. Op de muren van het schoolgebouw is de tweetalige gedachte verwoord. Eerder vandaag bezocht ik een kunsttentoonstelling van het koninklijk huis. Overdadig goud, diamant, tierlantijntjes en met zilver ingeweven textiel. Over de koning niets dan goeds! Het mag het volk wat kosten. Ik stap uit de taxi. Een laatste tocht door China Town en de Indiase buurt. In een Indiaas restaurant wordt driftig gehandeld. Een man met een tulband telt bankbiljetten. Mensen met nieuwe audioapparatuur verlaten het pand. Ik lees in de Bangkok Post, dat de economische ontwikkelingen van Thailand achter blijven in de regio. Er wordt teveel gekoerst op het toerisme. Te weinig innovatie.
Om 22.00 u. sta ik in de vertrekhal van de luchthaven. Melancholisch, moe en verdoofd door de indrukken. Voorbij.
Enrique
Hanoi, 21 juli 2011
Ik tref Enrique, de Cubaan en levensgenieter die ik een jaar geleden heb leren kennen. Hij neemt mij mee op stap. Enrique is eigenaar van een restaurant, hij is getrouwd met een Viëtnamese. We bespreken de ontwikkelingen in het land. Hij beaamt de opkomende hebzucht van mensen, die hand in hand gaat met het besef dat er iets te halen valt. Onrust. Veel mensen leven in armoede maar zien in de stad een etalage van mogelijkheden. Opdringerigheid. Geld gaat steeds meer regeren. Voor wat hoort wat. Tegelijk is het leven vitaal en boeiend.

Markt (2)
Bus, 21 juli 2011
Communisme is exponentieel kapitalisme. De mondiale culturele eenwording is binnen handbereik. Alles is vermarkt. Alle Menschen werden Brüder: shopping als hoogste ideaal, mondiaal uitgezaaid. Per bus terug naar Viëtnam. Ik sta geparkeerd aan de Chinese kant van de douane. Een soldaat stuift de bus binnen, inspecteert de papieren. Opnieuw de stresstest aan een grens: bus uit. Bagage eruit. Papieren invullen. In de rij staan. Douanestempels die het moment vereeuwigen. Rugzak door de scanner. Mijn bronzen MAO-beeld, dat later van blik blijkt te zijn, wordt niet ontdekt. Vooral de Viëtnamezen zijn rasbureaucraten. Terwijl de Chinezen met een electronisch knoppensysteem hun klantvriendelijkheid laten beoordelen (!) onstaat aan de andere zijde totale chaos. Drie geuniformeerden die paspoorten innemen. Vervolgens voltrekt zich een onoverzichtelijk schuiven van documenten en het afroepen van namen. Veel Chinezen vouwen een bankbiljet in hun paspoort, dat door de Viëtnamezen gretig wordt geaccepteerd. Zelf weiger ik dat, wat me extra wachttijd kost: de official inspecteert mijn paspoort alsof hij de krant leest en geeft het daarna nog een keer aan een collega. Uiteindelijk krijgt ook mijn pas een stempel. Buiten wachten weer extra controleposten.


Van Gogh
Yangmei, 20 juli 2011
Yangmei heeft meer van een dorp. Er wonen voornamelijk oude mensen. Sommige mannen met amper een broek aan het gat. Overal zijn de ouderen bezig met hun handen: knoflook schillen, mais pellen. Hele pleinen bestrooid met mais geven het plaatsje een schijn van een Van Gogh-tafereel. De authenticiteit laat naar zich raden. Aan de rand van de bebouwing zie ik enkele dure nieuw gebouwde panden, naast een bankfiliaal.









