archiveren | Reizen RSS voor deze sectie

Yangmei

20 juli 2011

Per taxi over onverharde stuiterende wegen naar het oude stadje Yangmei. Buiten het stedelijk gebied laat de Partij het afweten. Wat een erbarmelijkheid. Verwaarloosde wegen. Uiteindelijk bereiken we Yangmei, gebouwd tijdens de Sing Dynastie, meer dan duizend jaar terug. Het plaatsje, erg aandoenlijk en pittoresk, beleeft een voorzichtig begin van toerisme, met name uit het binnenland. Gelegen aan een brede rivier, waarlangs een terras op een houten veranda, waar ik met twee studenten een uitgebreide maaltijd deel. Het tempo van Yangmei volgt letterlijk os en kar. Naast onze tafel wordt een kip geslacht, het meest veelzijdige stukje vlees. Smekkend aan tafel die Chinezen. Toch hebben ze tafelmanieren: bedienen de andere disgenoten.

Park

Nanning, 19 juli 2011

Aan de zoom van het park wordt gedanst. Luide muziek. Ouderen en jongeren onder het loof. Iedere ochtend wordt langs de rivier tai chi bedreven. Op een complexe manier zijn traditie en moderniteit vervlochten.  Nog altijd is de maaltijd een collectieve belevenis. Iedere werkdag begint bij het personeel met een soort motivatiebijeenkomst, waar gezongen en geklapt wordt. Het is de vraag of deze gebruiken zijn opgewassen tegen de oprukkende invloed van het kapitalisme. De media worden beheerst door drama, consumptie en de schoonheidsindustrie. Het westerse ideaalbeeld in een Chinese mal gegoten. Géén buitenlandse kranten. Wel CD´s van Lady Gaga en programma´s  als China´s Got Talent op tv. Zoals verwacht is het internet op partijkritische onderdelen geblokt, zo merk ik in een internetkelder, maar voor de rest vrij toegankelijk. Mensen lijken er niet wakker van te liggen. Net als in Nederland krijgt de belevingsindustrie veel aandacht. Ondertussen vermaak ik mezelf opperbest. Mensen zijn erg gastvrij en toegankelijk. In restaurants wordt drank en spijs met mij gedeeld. Erg leuk. Zo krijg ik verhalen mee. Van studenten die naar het verre Beijing gaan studeren en daar bij famillie onderdak hopen te vinden. Mensen zijn nieuwsgierig en leergierig. Sommige jongeren beheersen het Engels.

 

Markt

Nanning, 19 juli 2011

Verderweg, na een oversteek naar het zuiden van het station, ligt een enorm park, omringd door met reclame behangen grote gebouwen. Shoppingmalls. Kleurige billboards vormen een facade van de verouderde hoogbouw. Tegelijk worden nieuwe torens bijgebouwd met meer luxe. Onder de stad een kilometers lang gangenstelsel  met alleen maar winkels. Prullaria, kleding en schoenen voornamelijk. Álles is markt. Het westers schoonheidsideaal overheerst. Volgens een Chinese variant. Chinese modellen en muziek. Heel Nanning is ondertunneld met winkelplezier. Onvoorstelbaar. Aangenaam verdoofd onderga ik de sfeer. Bij een verderop gelegen plein wat kwakzalverij, met op de grond pornofoto’s die de werking van een sexpil moeten bewijzen. Met gebaren maakt de verkoper de werking duidelijk. Veel omstanders. Iedereen lacht. Zeker als ik er bij kom staan. Het schouwspel krijgt een vervolg als met twee plastic poppen de coïtus wordt gesimuleerd. No Problem. Het omringend publiek vindt het prachtig. Foto’s met de meest verderfelijke huidziektes liggen ter illustratie op de grond. Allemaal door deze meneer te genezen. Ter plekke laat een man een aandoening op zijn been behandelen en stroopt zijn broek omhoog. Zonder pardon wordt een kale naald in zijn kuit gestoken. De patiënt schreeuwt. De plek wordt met een stuk toiletpapier afgedekt. Zó. Dat is geregeld. De nabijgelegen boulevard toont het spel van enorme flats in een flikkering van neonreclame. Overal herrie. Voor de winkels wordt de waar met een megafoon aangeprezen. Aan de markten en de malls komt geen einde. Twee blinden met alleen oude kleren en een stok, raken hopeloos verloren, elkaar vasthoudend. Tastend en kwetsbaar op een druk verkeersplein. De wereld wentelt om hen heen.

 

Zonsverduistering

Nanning, 18 juli 2011

In de namiddag schenkt een smoglaag de stad een schemerachtige aanblik, als de zon nog niet klaar is met zijn werk. Het lijkt een zonsverduistering. Ik breng Laury, die haar tocht door China vervolgt, naar het station. Om een ticket te bemachtigen stond ze vanmiddag in een rij van een paar honderd meter. Afscheid. Verder. Zelf koop ik alvast een busticket naar Hanoi, van waaruit ik terug zal vliegen. De reis kantelt langzaam terug naar Nederland. Ik probeer een gevoel van melancholie te onderdrukken: voorlopig heb ik nog een paar dagen in China. Ik lees dat er méér dan vijfendertig etniciteiten zijn in Nanning. Economische groei: tussen tien en vijftien procent per jaar, dankzij de vele fabrieken. Kennelijk is ook Nanning een werkplaats van de wereld.

 

Klankkast van leven

Nanning, 16  juli 2011

We stappen een restaurant binnen, rond het middaguur volledig gevuld met tafelende Chinezen aan grote ronde tafels. Traditie. Voor de maaltijd wordt het werk meteen stilgelegd. Eten in gezamenlijkheid. Er wordt gedobbeld. Prachtige atmosfeer.  Mensen kauwend, gesticulerend, spuwend en eten ronddelend vanuit grote afgevulde schalen.  Potten thee gaan in een cirkel langs de gasten. Kleine glaasjes met sterke drank, in een snelle klok geleegd.  Oorverdovend lawaai. Stemverheffingen. Het lokaal lijkt wel een klankkast. Zóveel uitbundige sociabiliteit. Mensen lachen naar ons en wijzen.

De menukaart toont enkele Engelse begrippen. Ik bestel ‘whine’. Lang niet meer gehad. Voor het eten laten we ons verrassen. En dat lukt: schalen met de meest bizarre zaken worden dampend op tafel gezet. Alleen de rijst is vertrouwd. De wijn blijkt een fles sterke drank van 60% met een soort hagedis erin. Laury en ik lachen onophoudelijk.

 

 

Pantomime

Nanning, 15 juli 2011

Nanning is een stoffige maar levendige stad van bijna zeven miljoen inwoners, met een vervuild kanaal, de Yong rivier, een prachtig stadspark en eindeloze hoge gebouwen en shoppingcentres. Er heerst een plezierige sfeer. Geen westerlingen. Laury en ik zijn een bezienswaardigheid.  Toch zullen in deze grensplaats vaker vreemdelingen op doortocht zijn. De zoektocht naar een slaapplaats voert naar een hotel, waarvan het personeel ons negeert en doet of we onzichtbaar zijn. We wachten tevergeefs. Dan maar naar het volgende adres, waar we met een brede glimlach tegemoet worden getreden. Het duurt even voordat duidelijk wordt dat we allebei een eigen kamer willen. De jongen en het meisje van het hotel spreken geen woord Engels en wij bijna geen woord Chinees. Heftig gebarend wordt het uitgelegd. Dan verdwijnen onze rugzakken naar de bovenste etage.

 

Nanning

China, 15 juli 2011

In de vroege ochtend dendert de trein de stad binnen. Het suburbane China oogt stoffig en maakt indruk door de rijen communistisch beton. Grauw, grijs en functioneel. Als een virus verspreidt het beton zich door steeds meer steigers en oprijzende bouwprojecten. De nacht bracht weinig slaap. De trein stond uren stil voor een oponthoud aan de grens. Een andere wereld. Chinese politie, die strak salueerde naar een douanebeambte met een imposant kostuum van rood en goud. Mijn paspoort werd zonder commentaar ingenomen. Twee uur later werden we de trein uit gedirigeerd voor een rondje langs een detectiepoortje. Wachten. Zien in de onheilspellende nacht. De trein gevuld met Chinezen.

Op het laatste moment stapte eerder in Hanoi een vrouw uit Alaska in de trein. Op wereldreis. We zijn gelijkgestemd. We wisselden bier en levensverhalen uit. Laury, zo heet ze, is 34 en werkt voor de olie-industrie: safety compliance, wat haar veel geld maar weinig voldoening brengt. Ze werkt met de man van Sarah Palin. Repte over vuile politiek. Een jonge Chinese accupunturist voegde zich bij ons in de coupé. Hij legde  de Chinese  klassieke geneeskunst uit. Als de balans in het lichaam verstoord is, moeten bepaalde meridianen worden geprikkeld

 

Gia Lam

Hanoi, 14 juli 2011

Een man roert met een stuk ijzerdraad onder het asfalt in de riolering, die door de zware regenval verstopt is geraakt. Aan de overkant werken bouwvakkers met ontbloot bovenlijf aan een woning, zand scheppend,  regen of geen regen. Er wordt weinig gefotografeerd vandaag. De grijze lucht is niet aanlokkelijk mee naar huis te nemen. Alleen de geglazuurde streng geselecteerde foto’s halen het internet. Eerder zag ik in Hoi An een Vlaams stel, hij foto’s nemend, zij commentaar gevend; “Ge moet alleen mijn gezicht op profiel zetten, inzoomen, niet mijn buik astublieft.”

In de late avond bereik ik het Gia Lam treinstation gelegen in een donkere luidruchtige achterafbuurt. Vrieskisten, koelkasten en andere zware ladingen worden vanuit een trein op motorfietsen geladen. Ongure types die me argwanend volgen. Taxi’s rijden af en aan. Treinen die luidruchtig hun vertrek aankondigen. Ik koop water, bier en snacks voor de lange treinreis naar China. Geen westerling te bekennen in dit bijstation. Vanaf nu begeef ik mij buiten de toeristische infrastructuur. De wachtruimte is gevuld met Chinezen en hun in Hanoi aangeschafte spullen.

Verkeersongeluk

Hanoi, 13 juli 2011

Een vrouw op een motorfiets wordt gelanceerd, belandt plat op haar buik en blijft roerloos liggen. Omstanders krijgen er geen beweging in. Ieder jaar worden 13.000 Viëtnamezen met dodelijke afloop geslachtofferd in het verkeer, een mondiaal record. De motorfietsen vallen niet alleen massaal aan over de weg, ook de stoep is gebarricadeerd met bikes, waardoor je naar de straat moet uitwijken, wat weer een claxonconcert van voorbijrazende motorfietsen veroorzaakt. Oversteken als voetganger  is een kunst. Héél langzaam, om het rijdend kamikazeverkeer de kans te geven je aan alle kanten te ontwijken.

Slagregen in Hanoi

13 juli 2011

Het plastiek van mijn linker trommelvlies kraakt vervaarlijk als het kleine schommelende vliegtuig van Vietnam Airlines hoogte neemt op weg naar Hanoi. Een flinke luchtzak. Twee jonge Britten gieren het uit van de pret.

Het oude stedelijke kwartier van Hanoi oogt als een vergiet van de atmosfeer: eindeloze slagregen. Opnieuw wordt een ziedende bui losgelaten op het straatleven, dat zich niet laat afleiden van de normale loop. Motorfietsen zijn gehuld in speciaal daarvoor ontwikkelde regencapes, met een uitsparing bij de koplamp. Zelfs in de regen wordt op straat eten bereid voor de verkoop. Talrijk zijn ze: de vrouwen met potten, pannen en plastic krukjes meetorsend. Een mobiel restaurant over de schouder.Voor het portaal van een dure juwelier zit een vrouw met een plastic tas, waaruit naakte kippen tevoorschijn komen voor de verkoop. Ook in Hanoi schakelt de economie over vele snelheden. De bevoorrading van restaurants en bars is in deze miljoenenstad nog kleinschalig: een man voorziet met zijn motorfiets de hele horeca in de kathedraalbuurt van ijsblokken, torsend over zijn schouder. Kratten bier volgen dezelfde weg.