Phnom Penh
3 juli 2011
Rond middernacht arriveer ik in de hoofdstad. De stad biedt de aanblik van een labyrinth van telkens wisselende straattaferelen. De informele 24-uurseconomie van Zuidoost Azië: altijd kunnen kopen, eten en leven op straat. Gejoel. Drukte. Dampen van eten en uitlaatgassen. Welkom in Phnom Penh. Langs de Mekong liggen vele restaurants en bars, met wiekende ventilatoren aan het plafond en uitzicht over de rivier. Ik pin Amerikaanse dollars, officieel betaalmiddel naast de eigen Riel. Hoogbouw en shoppingmalls ontbreken in het straatbeeld.
Grensovergang Cambodja
2 juli 2011
Het voelt als de eerste reisdag. Vanochtend met een bus naar de Cambodjaanse grens. Vóórdat ik er erg in heb, ligt mijn bagage in een handkar en word ik aan de douane door allerlei mannen die zich om mij heen groeperen, naar een medisch loket gedreven, dat ik uiteindelijk weet te ontwijken. In de LP las ik eerder, dat je hier getemperatuurd en getild wordt: betalen. Een Thais-Fins stel, eerder in dezelfde bus als ik, staat braaf in de rij en wil niet naar mijn waarschuwingen luisteren. De mannelijke Finse helft van het stel, lag vanochtend in comateuze toestand in de bus, “alcoholvergiftiging” , vertelde zijn vrouw. Het lukte ons tweeën niet hem wakker te krijgen vóór de grens. Drie loketten, drie formulieren en twee extra controles verder, toont mijn paspoort een visum van het Koninkrijk Cambodja. Achterop de motor vervolg ik mijn tocht per easy rider door het uitgestrekte landschap, op weg naar een kilometers verderop gelegen bushalte. Daar wacht in het rode zand een verouderde bus naar Phnom Penh.
Ko Chang
30 juni 2011
De zee is ziedend en steekt haar schuimkoppen op voor de aanval. Op weg naar Cambodja biedt Ko Chang, een eiland onder Bangkok, een aangename tussenstop. Het is een warme zonnige dag geweest. Vermoeiend, zeker na een nachtrust die balanceerde op de grens van het wakker zijn en de slaap. Weliswaar zijn enkele sterke cocktails en een avond stappen goed voor het inslapen, later in de nacht betaal je de wakkere prijs. Enkele oudere mannen, ouder dan ik, scharrelen met Thaise jonge meisjes over het strand. Het fenomeen is niet zo manifest als in andere meer toeristische delen van het land, maar toch opvallend. De dollar draagt hier het masker van de liefde: een zeer dunne glazuurlaag, die duurt tot na de vakantie de werkplaats in het thuisland een hardere realiteit biedt.
Bangkok: verkiezingscampagne
31 juli 2011
Het ontwaken van de stad. Het verkeer komt op gang. Kinderen in uniform begeven zich op weg naar school. De straten gevuld met etenslucht. Een bedelmonnik met een nap, die door zomaar iemand met eten wordt gevuld, gevolgd door het voor het voorhoofd schuin tegen elkaar plaatsen van de handen. Straatrumoer: leven! Het nog uitblijven van de influx van toeristen, die zich nog beneveld door de cocktails van de avond tevoren, schuilhoudt.
De campagne neemt hilarische vormen aan met bizarre affiches. Een tocht langs de belangrijkste campagneplekken biedt een middag vermaak. Een Thai roept “elections” en wijst naar zijn favoriete kandidaat. De anderen verwuift hij naar het gezelschap van de kanslozen.
Bangkok
27 juni 2011
Kleurrijke verkiezingsposters sieren de stad. Een jaar na de bloederige protesten. Thaksin, voormalig president, rijkste man van Thailand en populist, belooft ieder kind een gratis computer en draadloos internet. In 2006 ging hij aan belangenverstrengeling met zijn telecombedrijf ten onder. Alle media heeft hij gemuilkorfd. Meneer zelf renteniert in Dubai en laat het politieke werk in Bangkok vooralsnog aan zijn zus over. Mocht hij terugkomen is een Berlusconiachtig regime waarschijnlijk. De toeristen laten zich weinig gelegen liggen aan de campagne, vermaak genoeg. Thaksin’s partij wil het minimumloon verhogen. De onevenredig verdeelde welvaart tussen stad en platteland verscheurt de natie.
Schiphol
Amsterdam, 26 juni 2011
Schiphol is een commercieel ruimteschip, middenin het landschap. Een koop- en consumptieparadijs voor de luchtreiziger. Blinkende juwelen en dure parfums in een instantomgeving. Met een flinke Boeiing vlieg ik in de nacht naar Bangkok.
Sapa
18 juni 2010
Sapa is een voor veel toeristen obligate trip naar de eeuwige Viëtnamese rijstvelden. Het plaatsje ligt op ongeveer 1500 meter in een adembenemende omgeving. Overal worden hotels bijgebouwd. Er ligt geen plan aan ten grondslag. Ook hier de opdringerigheid naar bezoekers: de bewoners van bergdorpjes, vaak met een ander etnisch DNA, tooien zich in ‘traditionele’ klederdracht. Per mountainbike zoek ik het twintig kilometer verderop. Vandaar een tocht gemaakt naar het hooggebergte. Daar leven mensen in een een houten getimmerde hut, verbouwen rijst en drijven wat vee. De getrapte rijstvelden zijn voorzien van een geraffineerd irrigatiesysteem.















