archiveren | Reizen RSS voor deze sectie

Bagan

Bagan, 11 februari 2015

Bagan ligt in een dorre omgeving van palmbomen en uitgedroogde aarde, met veel onverharde wegen, waar ossenkarren een spoor trekken. Bij het naderen van het toeristisch deel staan de touringcars, die de magische aanblik verstoren. Aan de horizon verrijst het oneindige landschap van eeuwenoude tempels die hun silhouet in de lucht steken.De duizenden tempels van Bagan zijn tijdens opeenvolgende koninkrijkjes uitgestrooid in het gebied, recent provisorisch gerenoveerd. In rap tempo is hier het toerisme in opmars, met snel klimmende prijzen tot gevolg. Een ballonvaart van veertig minuten kost $ 320,-. Toeristen verplaatsen zich per elektrische fiets of geairconditionede auto van tempel naar tempel, hunkerend naar die éne authentieke ervaring. De Birmezen weten zich met het plastic afval geen raad en dumpen het op afgelegen plekken. Om het probleem in toom te houden worden plasticvrije zones ingesteld.

 

DSC02154

Sneeuwlaag in de tropen

Kalaw, 8 februari

Yangon is volledig verstopt. Één groot verkeersinfarct. Gekrioel van auto’s die elkaar vastzetten. De rit naar het noordelijk gelegen busstation duurt twee uur. Intussen biedt het panorama een aaneenschakeling van straattaferelen. Een monnik preekt door een microfoon voor een menigte. Vrachtauto’s dienen als personenvervoer. Bussen en transportauto’s zijn zo volgeladen, dat mensen eraan hangen of erbovenop liggen. Tussen het druk verkeer worden ook hier gerechten op houtvuur bereid. Het busstation blijkt één gecoördineerde chaos. Grote expresbussen parkeren in en uit. Millimeterwerk tussen de tafelende en handeldrijvende mensen. In Birma trekt ’s nachts een net van nachtbussen over het land. Aan de buitenkant van iedere bus blikkert gekleurde kerstboomverlichting. De bagageruimte van onze bus wordt volgeladen met een kast, zakken rijst, sinaasappels en koffers. Even later stuwen we over het slecht wegdek naar het bergachtige Kalaw, een rit van zo’n 500 km. Het is er koud, als we aankomen. Nieuwe gezichten met Nepalese trekken verschijnen in de nacht. Achterop een motor vervolgen we rillend onze weg.

Vrouwen bewerken met een houweel de aarde. Ze lachen en zwaaien. Verderop wordt een deel van het dorre land verschroeid. Een man verrijst achter een stapel bakstenen, die handmatig worden gemaakt. In Birma is alles arbeidsintensief. Vele handen maken zwaar werk. Keien worden vergruisd tot zand en grind. We zien een dorpje dat onder een witte laag ragfijn zand is bedekt, als een sneeuwlaag in de tropen.

DSC02009

DSC02489

19 th Street!

Yangon, 7 februari 2015

We tafelen in 19th street, tussen de riksja’s, de passerende auto’s en de talloze voorbijgangers, die een zware karrevracht torsen, manoeuvrerend langs de terrastafels. Panden zijn het aanzien niet waard, maar op de benedenverdieping in de restaurants worden goddelijke gerechten bereid: kip in gekonfijte sinaasappelsaus en kleine schoteltjes met bijgerechten. We worden aan een tafeltje met jongeren geplaatst. Zij beginnen een gesprek in gebrekkig Engels. Iemand reikt posters uit van de National League for Democracy (NLD), een alom bejubelde partij, die het tegen de gevestigde macht opneemt. Één jongen aan ons tafeltje toont ons trots op zijn smartphone een afbeelding van de secretaris-generaal van de VN, samen met de partijleider van de NLD, Aung San Suu, dochter van de beroemde generaal, oprichter van de partij en pleitbezorger van een Birma ontdaan van de Britse bezetter. De jonge Birmezen aan onze tafel kiepen in no time grote potten bier in het keelgat, afgeblust met Whisky. Het is per slot van rekening weekend. In bijna iedere straat zijn er reclameborden van lokale whiskymerken.

De hand van de overheid is onzichtbaar in het straatbeeld. Birmezen lopen met een slecht gebit, vaak zijn de voortanden al afgebroken.Naast het gebit toont ook de infrastructuur grote gaten. Zelf val ik op weg naar onze kamer bijna in een metersdiep gat in de weg.

DSC01807

Bladgoud

Yangon, 7 februari 2015

De belangrijkste tempel van het land, Shwedagon Paya, is sprookjesachtig. In de loop der eeuwen is er door opeenvolgende koningen voor tonnen aan bladgoud tegenaan geplakt, om elkaar af te troeven. Birmese dames, in traditionele kledingdracht met tanaki aangebracht op het gelaat, stappen besmuikt giechelend op ons af als we in de late ochtend over het tempelcomplex lopen. Met hun smartphones maken ze foto’s van ons.  Even later poseren we samen: wederzijdse nieuwsgierigheid. Zóveel lieflijkheid zijn we ontwend. Sporadisch sjokken er westerse toeristen in groepsverband rond. De overheid probeert het massatoerisme en groepsreizen te ontmoedigen.

212

DSC01897

Vrije teugels

Yangon, 7 februari 2015

Tussen een pand van een poelier en een winkel zien we een kleine post van een chirurg en een psychiater. Verderop bij een viaduct laten enkele mensen zich op straat behandelen met kruiden en dubieuze smeerseltjes. De inflatoire bankbiljetten leiden tot logistieke problemen: mensen lopen met een door het bankpersoneel verzorgde plastic zak met bankbiljetten het bankfiliaal uit. Je bent hier al snel miljonair.

Sinds 1964 regeert de zichzelf verrijkende militaire dictatuur met ijzeren hand. Járenlange internationale isolatie van de voormalig Britse kolonie heeft de moderniteit effectief buiten de deur gehouden. Sinds 2009 ziet de junta zich gedwongen de teugels te laten vieren en een meer liberale koers toe te staan. Sindsdien gaat het snel: jongeren schakelen vanuit het niets over op de smartphone. Het zijn er nog enkelen, maar hun aantal groeit. Drie jaar terug nog, moesten zij voor het afsluiten van een G-mailaccount  met paspoort toestemming vragen bij een post van het regime. De vrije teugels van de politiek en de economie polariseren en verdelen het land in de aan het regime verbonden rijken, die hun vermogen zien groeien en de armen, wiens welvaart nauwelijks verbetert. Vastgoedprijzen klimmen. Intussen blijft de overheid stilzwijgend op de achtergrond: zij investeert drie procent van de staatsinkomsten in onderwijs en gezondheidszorg. Meer dan de helft gaat naar het leger. Het resultaat is een niet-functionerend electriciteitsnetwerk, slechte riolering, verbrokkelde wegen, afwezige ordehandhaving, buiten enkele neurotische agenten die tevergeefs het verkeer op de weg in toom proberen te houden en een schrale gezondheidszorg.

DSC01833

DSC01896

Instrumenten

Yangon, 6 februari 2015,

De stad is niet bij te benen. Hij raast voorbij en laat onverwerkte indrukken achter: een werveling van bedrijvigheid die over de straten waaiert. Mannen fluimen op de keien. Sissend worden gerechten opgediend. De rook van houtvuur slaat op de luchtwegen. Van de Birmezen kookt 90 procent op houtvuur. Weinig beschikken er over elektriciteit. De meeste panden stapelen de armoede etages hoog op. De gevels zijn zwart geblakerd. Het Birmees-Frans stel waar we te gast zijn vertelt dat de tandarts voor de gewone Birmees onbetaalbaar is. Er zijn verschillende klassen en tarieven. Een bezoek aan de tandarts kost een half maandsalaris. De oplossing ligt in de vitrine van een uitstalkast op een overdekte markt die we even later bezoeken: tandartsinstrumenten en ander medisch instrumentarium. Te vinden tussen de uitgestalde kleding en schoonheidsproducten. Voor een spotprijs! We doorkruisen straten met verkopers van enorme voorraden opgestapeld gereedschap. Iedere handelaar zijn specialiteit.  We zien er één met honderden tweedehands boormachines, gestript en gedemonteerd en weer opnieuw geassembleerd: mensen hebben nog een relatie met wat ze verkopen. Weten hoe het in elkaar zit.

172

Yangon

Yangon, 6 februari 2015

Weliswaar heeft een mondiale boycot van twintig jaar de economie van Birma versleten achtergelaten, in Yangon veert ze op. Handel en toerisme nemen toe. Aangekomen in de voormalige hoofdstad, zien we een bonte stroom van mensen, riksja’s, oude auto’s en nog oudere bussen. Een penetrante melange van geuren drijft de neusgaten binnen. Goud van Plastic ligt tussen de overal uitgestalde waar: horloges en speelgoed uit de Chinese fabrieken in giftige kleuren. Buschauffeurs roepen de bestemming vanuit de open deur van hun bus. Stichtelijke boodschappen schallen uit de straatluidsprekers. Op veel plaatsen dampen gerechten op houtgestookt vuur. Een groepje mannen zit rond een pot thee. Rook van een barbecue kringelt erover: een doorkijkje van het volkse leven in miniatuur. Vrouwen dragen een lichtgeel poeder op het gelaat: Tanaka, gemaakt van boomschors, een soort rituele bescherming tegen het zonlicht, iconisch gefotografeerd in de reisgidsen. Ze torsen waar op het hoofd. Koloniale panden zijn zwart aangekoekt. De armoede is nooit ver weg. Tegelijk neemt de economische activiteit van velen toe. Op eigen kracht. Wie geld heeft ruikt zijn kans en investeert.Jongeren beschikken over smartphones, maar de houten plankjes met oude draadtelefoons, waar je voor een paar centen traditioneel kan bellen, zijn nog niet uit het straatbeeld verdwenen.

DSC01937

DSC01919

Chinatown, Bangkok

Bangkok, 4 februari 2015

kruidig geurende gerechten met koriander garen boven brandend vuur op straat. Overal activiteit in dit vitale deel van de stad. Gouden tempels verrijzen op onverwachte plekken. In een groot park, groene long van Chinatown, werken de Chinezen aan het einde van de dag aan hun gezondheid en ontvluchten de dieseldampen die over het stadsdeel hangen. Ze dansen en bewegen op muziek in het park of joggen hun rondjes. Een oase van rust in de luchtvervuilde drukte. Morgen vertrekt vanuit Bangkok onze vlucht naar Yangon.

DSC01682

Vrijstaat Gavdos

Gavdos, 9 september 2014

De boot ronkt, schuurt en haalt ratelend haar ankers aan boord. Het is ochtend. De zon opereert al op volle kracht. Vanuit de kade van Loutro scharrelen enkele rugzaktoeristen het schip op over de metalen neergedaalde laadklep. Het is maar een klein gezelschap, dat net als wij de oversteek naar het eilandje Gavdos waagt. De boot kantelt en keert. De aantrekkende motor doet alle loszittende onderdelen trillen. Met het tempo van een wandelaar op leeftijd probeert de boot het water te doorklieven. Urenlang duurt de tocht van amper 36 kilometer. Traagheid legt alle ritmes stil. We zijn op weg naar een andere orde, het meest zuidelijke punt van Europa, met krap 45 inwoners. Bij aankomst in het haventje verdringen alternatieve eilanders met rastahaar zich op de smalle weg. Karren met vracht worden af- en aangereden. Een man vertoont stuiptrekkingen. Het oord heeft meer van Afrika dan van Griekenland.

Zongebrande mannen in verroeste trucks proberen zich een doorgang te verschaffen vanuit de ontstane opstopping. Hier wordt uit een ander vaatje getapt. Gavdos is een tegen Libië aangelegen Griekse vrijstaat van een paar vierkante kilometer, geïsoleerd van de rest van de wereld. En niet in de eerste plaats omdat het een eiland is. Het bizarre karakter en het ontbreken van orde en regels  maakt het oord aantrekkelijk voor een handjevol bezoekers. Electriciteit wordt vanuit een dieselagregaat opgewekt, gas uit de fles. Er zijn enkele taverna’s met een draadloze internetverbinding.

gavdosz 388

gavdosz 513

Eilandkunst

Gavdos, 10 september 2014

De niet-wetende bezoeker krijgt de indruk dat het om een kunstproject gaat: overal in het afgebrokkelde landschap zijn verroeste auto’s, landbouwvoertuigen en huishoudelijke apparaten gepositioneerd op een opvallende plek, bewoond door kippen en geiten, die erin, eruit of eroverheen springen. Enkele oude huizen, gebouwd van keien, liggen verlaten in het desolate landschap, de facade fier overeind, het interieur ingestort. Alsof er plots een bom door het dak is gevallen en de bewoners gevlucht. De ooit fraaie voordeuren worden langzaam door de tijd aangevreten. Aanzetten tot nieuwbouw komen niet verder dan het karkas.De tijd zet ook zijn tanden in de tot roest en stof voorbestemde auto’s. Het eiland wekt in toenemende mate de belangstelling, na de hippies weten ook anderen het te vinden. Wild kamperen is natuurlijk geen probleem. Er rijdt een stoffige lijnbus over de beperkt geasfalteerde wegen. “No timetable, I am the timetable.” zegt de buschauffeur. Voor een raki rijdt hij naar behoefte. De plaatsnamen wekken de indruk van dorpen, maar dat wordt niet waargemaakt. Meer dan een paar huisjes is er niets te vinden op het verder verlaten eiland. Geen winkels, geen tankstation. Benzine kan in een klein marktje per fles worden gekocht.

gavdosz 489

gavdosz 336