archiveren | Reizen RSS voor deze sectie

Surinaamse verkeersregels

Paramaribo, 7 september

Ik huur een fiets. Een oude Hollandse damesfiets. Voor 1 SRD per dag. Het meisje waarmee ik zaken doe, lacht me toe en zegt: “ in Suriname hebben we maar één verkeersregel: links rijden!” Het linksrijden is een erfenis uit het Engels koloniaal verleden. Als voetganger word ik al dagenlang aan alle kanten belaagd door automobilisten, die in telkens wisselende kluwen over de verkeerskruispunten trekken, claxonnerend en manoeuvrerend, omringd door opstuwende verstikkende roetdampen en uitlaatgassen.

Nu is het tijd voor wraak: als bezeten rijd ik in hoog tempo door de straten, door rood licht, slalommend tussen de auto’s. Ik oogst waarempel bewonderende blikken, waarop ik tot noch toe, ondanks hoffelijke gestes mijnerzijds, niet heb kunnen rekenen. Ik fiets door verre buitenwijken. Grote contrasten. Met drugsgeld opgetrokken villapanden van rookglas, dure auto’s met ingebouwde geluidsinstallatie met gangstarap, en verderop een krakkemikkige stal, bestaande uit enkele vertimmerde planken. Onderweg zie ik een lesauto! Lachwekkend. Wat kan een instructeur hier nog uitrichten? Sommige verkeerslichten functioneren niet, ook rijden er mensen zonder rijbewijs rond, zo hoor ik van Maisa. Ik geniet met volle teugen van alle taferelen.

Afspraak is afspraak

Paramaribo, 6 september 2005

Klokslag 11.00 uur sta ik in de ontvangsthal van Dagblad Suriname. Een immense ventilator hangt onheilspellend boven mijn hoofd. Achter een houten schot, naast een stapel kranten, werken enkele Hindostaanse en Javaanse dames. Een klein loket aan de andere kant, herbergt een receptioniste die op mijn verzoek de hoofdredactrice belt, met wie ik een afspraak heb. “ Sorrie meneer, u moet een afspraak maken!” “ Maar ik hèb een afspraak’ probeer ik nog. Ik moet een dag later op hetzelfde tijdstip terugkomen. Vol ongeloof sta ik even later weer buiten. “ Afspraken in Suriname bestaan niet” lacht Jenna mij even later troostend toe.

Een uur later stap ik in de auto van Taxi Min op weg naar naar het Politiekorps Suriname, afdeling Vreemdelingendienst. Een verblijf van meer dan een maand vereist namelijk een extra stempel. Als ik aan kom rijden staan vier blonde verpleegsters in wit uniform voor het gebouw. Na een paar dagen tussen donkere mensen te hebben verkeerd, bekijk ik ze met een ‘zwarte’ blik. Een politiechef met een enorme schotelbarret torst een indrukwekkende stapel dossiers naar binnen. Ik vrees het ergste. Wonderbaarlijk word ik vriendelijk en binnen vijf minuten voorzien van de gewilde stempel. Een van de verpleegsters vraagt of de dames mogen meerijden. Het blijken stagiaires uit Nederland. De taxichauffeur lacht zijn ene gouden tand bloot, als hij even later in zijn achteruitkijkspiegel naar de vier paar blauwe ogen staart.

De hitte beneemt mij de adem, legt me lam, zet mijn bewustzijn onder een glazen stolp

Image

Ramen en deuren open

Paramaribo, 3 september 2005

Jenna loopt af en toe langs mijn appartement en geeft adviezen: “ je moet slippers aandoen mijn schat, die schoenen zijn veel te warm zo, ik breng ze je wel even.” In Suriname heersen familiaire netwerken. Ik moet wennen aan de openheid. Ik ben aangenaam verrast door zoveel sociale betrokkenheid, maar zie ook de sociale controle. Mijn ramen en deuren blijven de hele dag open. Zo vangt de wind mijn woonruimte en kruipt ongedierte een deur verder. Laat het een metafoor zijn: ramen en deuren open.

De in de reisgidsen geroemde bezienswaardigheden zoals Fort Zeelandia, veroorzaken bij mij beperkt enthousiasme. De verrassingen zijn te vinden in de de achterafstraten waar een bonte hectische veelkleurigheid heerst. Mijn geografische oriëntatie verbetert en ik dring verder de stad binnen. Ook hier de talloze houten gebouwen, sommige in staat van ontbinding, anderen met subsidie opgekalefaterd en in de vernis of lak gezet. De ministeries zijn in mooie houten gebouwen gevestigd.

De Surinaamse zender ABC zendt om acht uur het NOS-journaal uit. Acht uur local time, als Nederland al vijf uur verder is in tijd. Tijd die ik nog tegoed heb. Het TV-aanbod is mager. Een beetje Bollywood voor de Hindostanen, Amerikaanse series, films, muziek, en wat lokale reclame.

Jenna is famillie van Pim de la Parra, de ook in Nederland beroemde cineast van Wan Pipel. Drogisterij de la Parra zou geschikt zijn als filmdecor. Aisha, het Nederlands nichtje van Jenna, die twee jaar eerder in Suriname stage liep, schrijft in haar verslag: “ Zaterdag 27 december 2003. Vandaag hielp ik even in de drogisterij. “ Kan ik u helpen meneer?” “ Ja, wat kosten de condooms?” “ Tante Jen, wat kosten de condooms?” roep ik van de andere kant van de winkel. Drogisterij de la Parra haalt al dertig jaar een aanzienlijk deel van de winst uit de condoomverkoop. Er komen hier onder andere veel hoertjes condooms kopen.” In hetzelfde verslag een kerstgebedje in het Sranan dat Aisha voor de kerstmis uit haar hoofd heeft geleerd: ‘ Krisneti kom joe blijf tem, mie hattie lobi joe. Now mie de go na Bethlehem en ala trawan toe en ala trawan toe.” De drogisterij is in 1890 opgericht als Apotheek de la Parra.

Mijn buren zijn luidruchtig rochelende Chinezen, die de naast mij gelegen winkel voeren. Achter een hek van hun winkelpand staan allerlei potten, pannen en huishoudelijke artikelen te koop. De winkel biedt een antieke aanblik. Ik maak kennis met Tante Gus van 92, de tante van Jenna. Ze heeft een lieve uitstraling en draagt een aura van tevredenheid. Jenna verzorgt haar. Ouderen worden in Suriname anders dan in Nederland met warmte in de familiekring verzorgd. Misschien deels ook uit noodzaak: sociale voorzieningen in Suriname zijn schraal. Vanuit de blik van de gestreste Hollander zijn de Surinaamse straattaferelen komisch. Alles werkt, maar ook weer niet. Straatnamen zijn op houten bordjes geschilderd. Vandaag liep ik door de Kromme Elleboogstraat. Winkeletalages tonen een bord –OPEN- terwijl de deur hermetisch is afgesloten. Gaten in het wegdek. Rijk naast arm. Het oudste dagblad van Suriname, De West, sneert naar ‘bananenrepubliek’ Nederland:“ Bewindslieden laten vijftig nevenfuncties ongemeld.” Gekrakeel rondom minister Veerman. Leuk om Nederland vanuit de Surinaamse media te bekijken. Dat relativeert.———————————————–

DSC00719

———————————

DSC00735

In het najaar van 2012 voltrekt zich een tragiek in de Zwartenhovenbrugstraat: een aantal panden, waaronder de  130 jaar oude drogisterij, brandt volledig af.

Drinken uit een cocktail van taal en cultuur

Paramaribo, 2 september 2005

Na een aangename nacht onder de klamboe schrik ik om zeven uur wakker. Nog moe van de reis, maar aan de betere hand, loop ik bij Jenna binnen. Koffie wordt mijn deel. Jenna praat honderduit. Ik kan haar moeilijk volgen: door de hitte reageer ik vertraagd, zo lijkt het wel. De buitendeuren van de winkel staan open. Het passerende verkeer is oorverdovend. De zon verspreidt een zinderende hitte, nu al. Voor het eerst ga ik op pad. Ik word overvoerd met indrukken. In de nabijgelegen Saramaccastraat loop ik richting markt, een grote hal met stalletjes met vis en fruit tegemoetlopend. Veel creolen, maar ook Chinezen en Javanen tonen hun bedrijvigheid. De geur, het zicht en de mensen! Ik heb het gevoel alsof ik in Afrika ben. Veel marrons zijn echt donkerzwart. Mooie mensen. “ PSSST hey white man” klinkt het bij mijn voorbijgaan. Het Nederlands dat wordt gebezigd, komt vreemd over. De stad is een frappante cocktail van talen en culturen, kunstmatig bij elkaar gehouden door flarden van het Nederlands, dat vaak met Sranan (“negerengels”) wordt opgediend.Vele karakters passeren mijn revue: psychotische zwervers bevangen door de hitte, mooie creoolse vrouwen, waarvan één met een net gekocht gasstel op haar hoofd, Chinese vrouwen achter een kraampje die een behoorlijke keel opzetten, flanerende ranke Javaanse en Hindostaansee meisjes met navelsierraad. Veel goud uit eigen bodem siert voorbijkomend volk: rood Surinaams goud op zwarte, gele, lichtbruine, donkerbruine, en blanke huid. Een gouden ketting door de stad met schakels over alle rassen. Ik ben zwaar onder de indruk. Mijn aangeharkte Hollandse vooroordelen, toch besmet met het verkrampte integratiedebat in Nederland, smelten in de zon.

DSC00750

Aankomst in een ander werelddeel

Paramaribo, Donderdag 1 september 2005

Wow. Ik ben er. De kist van KLM had bijna drie uur vertraging vanwege een kapot landingsgestel. Uiteindelijk veilig geland op luchthaven De Zanderij. Op de trap van het vliegtuig voel ik de tropenbries en lonkt een heldere sterrenhemel. Een aparte uitheemse geur doet Nederland snel vergeten. Bij de uitgang van de luchthaven wacht een bontgekleurde menigte op zoek naar gelande famillie. Een Javaan staat naast zijn taxibus met een bordje met namen waarvan de mijne het grootst: MR JANSSEN. Ik zet grote ogen op onderweg van vluchthaven naar stad, als we even later vertrokken zijn. Allemaal houten huisjes tussen palmbomen, waarvoor stadscreolen onderuit hangen op een veranda. Het linksrijdende kamikazeverkeer vliegt over kraters in het wegdek, voortdurend claxonnerend en slingerend. In onze bus is naast een aantal stagiaires, een creools paar meegelift. Het had nogal wat voeten in aarde voordat mevrouw (breed van bouw) door haar man in het busje was gemanoeuvreerd. “ Pus mi” riep ze wild tegen de man, die haar grijnzend bij de billen vastgreep en het busje induwde. Uiteindelijk werd het paar in Latour afgezet, een achtergestelde wijk in Paramaribo.Mijn appartement is gelegen in het centrum van de stad. Het contrast met Nederland is veel groter dan gedacht. Veel bouw is opgetrokken uit hout en in vervallen staat. Ik woon in de straat van het kantoor van Dagblad Suriname, de krant waarvoor ik ga werken. De krant zelf, die ik later in handen krijg, oogt kleurrijk, het gebouw sober. Ik word hartelijk ontvangen door mijn huisbazin die op hetzelfde erf woont en haar dochter. De huisbazin, Jenna, drijft een drogisterij die eruit ziet als een Nederlandse apotheek uit de jaren ’50, voor mij een charmante curiositeit.Ik heb een grote woon- en slaapkamer tot mijn beschikking, een badkamer en een keukentje met doorloop naar een buitenterras. De hangmat ontbreekt niet. Hangen is een populair tijdverdrijf, zeker nu in de grote droge tijd (33 graden).Tegen mijn plafond kruipen twee gekko’s. Een dikke spin die met een voor Suriname ongebruikelijke snelheid over de wand scheert, schiet weg bij mijn komst. Een enkele muskiet zoemt door de kamer en ruikt Limburgs bloed. Op het erf sjokt een stoffige waakhond. Zijn trouwe ogen maken veel goed als hij mij kwispelend tegemoet treedt.

Image

Kiev

Kiev, 26 augustus 2009Image

 

Odessa

Odessa, 23 augustus 2009

DSC02383

Keerzoet

Odessa, 22 augustus 2009

Je vraagt je af of er in Odessa ook mensen zijn die niet blinkend en hakkentikkend over de boulevard schuieren. Die zijn er: in een kroeg achter de grote markthallen van de stad bij het treinstation. Nou ja kroeg, meer een donkere spelonk, een karaokebar voor de zelfkant van Odessa, die wel degelijk bestaat. Jonge mannen en vrouwen, dronken. Een in zware rook gehulde schimmige menigte. Het rinkelt van de wodkaglazen. Uit een goedkope geluidsbox knalt de stem van een aanwezige man die de Oekraïnse folklore doet herleven, terwijl het overige deel van de kroeg wild dansend over de vloer schuift, sigaret in de mondhoek. Één meid valt over tafel en blijft daar laveloos liggen. Het is zaterdagmiddag. Lage loonarbeiders of thuis- en werklozen, die de zaterdag meteen aangrijpen om zich met veel wodka naar hun staat van euforie te verheffen. Ze zijn nog knap. Maar het verval heeft  bij enkelen nu al sporen achtergelaten: het ontbreken van een voortand, te gebruinde en gelooide huid, vuil en teveel buikvet. Accordeonmuziek vult het lokaal. Twee vrouwen zingen, verstrengeld in een dans. Hier toont zich de valse grimas van de werkelijkheid. De werkelijkheid dat de met goud geplaveide boulevard verderop in de stad niet voor iedereen weggelegd is. Oriëntaalse klanken vermengd met folklore. Prachtig en rauw. Hier zien we het leven ontdaan van zijn glazuurlaag. Luide aanmoedigingen en geapplaudiseer. De barvrouw, in geruite jurk en met hoofddoek, kijkt schalks over de toog naar het schouwspel. Daar wordt weer een blad wodka doorgegeven boven de hoofden van de feestenden. Op klaarlichte dag grijpt de drank de reddelozen genadeloos naar de keel. Men geeft zich zonder gêne over aan de alcohol. Totale onderwerping in korte tijd. Opnieuw valt een meisje total loss over een houten bank en blijft daar roerloos liggen. Een man stapt op ons af in dreigende taal. Ik maak me uit de voeten, ben niet een van hen.

Image

Image

Amsterdam

Amsterdam, 17 januari 2013

Het land is ingevroren. Alles beweegt op halve kracht of ligt vast in sneeuw en ijs. De Vaderlandse Spoorwegen zijn snel met het voor de reiziger nadelig aanpassen van de dienstregeling. Treinuitval. Draadbreuk. Sein- en wisselstoringen bij lichte sneeuwval en matige vorst. In de trein van het zuiden naar Schiphol trapt een jongen onder invloed een toiletdeur in en flipt. Niemand durft iets te zeggen. Door zijn telefoon foetert hij zijn vriendin uit. Aangekomen bij de luchthaven is buiten onze adem zichtbaar. Sneeuwkristallen stuiven door de lucht.

Havana

Havana

Havana, 18 januari 2013

De geur van een tropisch land prikkelt de zinnen. De in roet opwolkende uitlaatgassen. Wegwerkers met bezwete lichamen harken vers teer over het wegdek. Met de hand in stemmige kleuren geverfde Lada’s laveren door het chaotisch verkeer naast meterslange Amerikaanse oldtimers. Veel dreigen er uit elkaar te vallen. Te vaak opgeknapt en een nieuw leven gegeven met een motorblok van Japanse komaf. Stof, droogte en koloniale panden met een verbladderde voorgevel. Billboards met communistische grootspraak langs een decennia niet meer gerenoveerd stadion.

Image