Chinatown, Bangkok
Bangkok, 4 februari 2015
kruidig geurende gerechten met koriander garen boven brandend vuur op straat. Overal activiteit in dit vitale deel van de stad. Gouden tempels verrijzen op onverwachte plekken. In een groot park, groene long van Chinatown, werken de Chinezen aan het einde van de dag aan hun gezondheid en ontvluchten de dieseldampen die over het stadsdeel hangen. Ze dansen en bewegen op muziek in het park of joggen hun rondjes. Een oase van rust in de luchtvervuilde drukte. Morgen vertrekt vanuit Bangkok onze vlucht naar Yangon.
IJSTIJD
Treintocht
Omringd door stuifsneeuw stuw ik voort in de bijtende kou. Onwennig fietsen jongeren in veel te dunne kleding door het rode stoplicht over het verlaten kruispunt. De dag is begonnen. Vroeg: het is 6.30 u. De bevroren atmosfeer maakt korte metten met het veel te lang aangehouden herfstweer. Ik fiets langs verwarmde kantoren met tl-licht, die wachten op hun dagelijkse bezetting. Min 12 graden, beweert de digitale thermometer aan de overkant van het stationsgebouw. Alle treinen zijn in vertraging. De wereld staat stil en ademt vrieskou. Passagiers verdringen zich voor de deuren van een coupé. Dan eindelijk op weg. Ik zie suburbane pakhuizen gehuld in zilveren verf aan het raam voorbijschieten. Aan de einder verschijnt de zon. Muziek knispert uit de oordopjes van een Iphone. Een meisje trekt haar eerste lijn van de dag met een oogpotlood. Nu al zitten mensen gekluisterd achter een beeldscherm..
Vrijstaat Gavdos
Gavdos, 9 september 2014
De boot ronkt, schuurt en haalt ratelend haar ankers aan boord. Het is ochtend. De zon opereert al op volle kracht. Vanuit de kade van Loutro scharrelen enkele rugzaktoeristen het schip op over de metalen neergedaalde laadklep. Het is maar een klein gezelschap, dat net als wij de oversteek naar het eilandje Gavdos waagt. De boot kantelt en keert. De aantrekkende motor doet alle loszittende onderdelen trillen. Met het tempo van een wandelaar op leeftijd probeert de boot het water te doorklieven. Urenlang duurt de tocht van amper 36 kilometer. Traagheid legt alle ritmes stil. We zijn op weg naar een andere orde, het meest zuidelijke punt van Europa, met krap 45 inwoners. Bij aankomst in het haventje verdringen alternatieve eilanders met rastahaar zich op de smalle weg. Karren met vracht worden af- en aangereden. Een man vertoont stuiptrekkingen. Het oord heeft meer van Afrika dan van Griekenland.
Zongebrande mannen in verroeste trucks proberen zich een doorgang te verschaffen vanuit de ontstane opstopping. Hier wordt uit een ander vaatje getapt. Gavdos is een tegen Libië aangelegen Griekse vrijstaat van een paar vierkante kilometer, geïsoleerd van de rest van de wereld. En niet in de eerste plaats omdat het een eiland is. Het bizarre karakter en het ontbreken van orde en regels maakt het oord aantrekkelijk voor een handjevol bezoekers. Electriciteit wordt vanuit een dieselagregaat opgewekt, gas uit de fles. Er zijn enkele taverna’s met een draadloze internetverbinding.
Eilandkunst
Gavdos, 10 september 2014
De niet-wetende bezoeker krijgt de indruk dat het om een kunstproject gaat: overal in het afgebrokkelde landschap zijn verroeste auto’s, landbouwvoertuigen en huishoudelijke apparaten gepositioneerd op een opvallende plek, bewoond door kippen en geiten, die erin, eruit of eroverheen springen. Enkele oude huizen, gebouwd van keien, liggen verlaten in het desolate landschap, de facade fier overeind, het interieur ingestort. Alsof er plots een bom door het dak is gevallen en de bewoners gevlucht. De ooit fraaie voordeuren worden langzaam door de tijd aangevreten. Aanzetten tot nieuwbouw komen niet verder dan het karkas.De tijd zet ook zijn tanden in de tot roest en stof voorbestemde auto’s. Het eiland wekt in toenemende mate de belangstelling, na de hippies weten ook anderen het te vinden. Wild kamperen is natuurlijk geen probleem. Er rijdt een stoffige lijnbus over de beperkt geasfalteerde wegen. “No timetable, I am the timetable.” zegt de buschauffeur. Voor een raki rijdt hij naar behoefte. De plaatsnamen wekken de indruk van dorpen, maar dat wordt niet waargemaakt. Meer dan een paar huisjes is er niets te vinden op het verder verlaten eiland. Geen winkels, geen tankstation. Benzine kan in een klein marktje per fles worden gekocht.
Landerigheid
Gavdos, 11 september 2014
Gavdos is puur en desolaat, doet bizar aan en werkt op de lachspieren. Aan de einder vloeit de kleur van het zeewater samen met die van de lucht. De aarde is dor, bezaaid met stof, gruis en keien. Alleen naaldbomen gedijen er. De verhuurder van ons appartement, een Georgiër, lacht als wij hem vragen naar de verzekeringsvoorwaarden van de huur van één van zijn twee auto’s: “Gavdos, no problem!” laat hij weten en overhandigt zonder papierwerk of rijbewijs, de autosleutel. Bij het hoger gelegen Vadsianos, een kruising op een heuvel met een kapel en enkele povere huisjes, leggen we aan en maken foto’s van een in onbruik geraakte tractor, die onder een struik lijkt de poseren in het landschap. Een oudere gebruinde man, eigenaar van het terrein, komt lachend naar ons toe. Hij wijst richting het Afrikaanse continent en roept; “Gadafi!”en vervolgens naar de andere kant: “Italy, mafia, photo?.” Als de man hoort dat we bij Consolas huren, toept hij; “capitalista!” Consolas beschikt over meerdere appartementen op het nabijgelegen Kreta. “Raki?” even later zitten we aan tafel op het terras van zijn woning. Bedreven laat hij een anderhalve literfles raki rondgaan. Plotseling loopt hij weg en komt terug met een lam in zijn arm, dat hij bij Dais in de schoot legt. Bij het ontbijt van Consolas vanochtend ontmoetten we een Brits ouder stel. Hij schrijver, bekend in eigen land, en zij bekend feministe en actief voor de OVSE. Zij bereidt haar reis naar Soedan voor. Hij schrijft net als vorig jaar een boek op Gavdos. Beiden zijn verhalenvertellers. Ze maken van de ontbijtruimte een theaterzaal.De overheid is volledig afwezig op het eiland. Een eenzame agent, die zijn wagen meestal aan het strand heeft staan, verleent hand- en spandiensten aan een taverne. Drukte ontbreekt, maar binnen enkele jaren zullen ook hier de affiches van Tripadvisor hun intrede doen. Een krekel weet van geen ophouden en ratelt en rinkelt er op los, laat zich door de kracht van de zon niet weerhouden. Intussen is er geen leven op het eiland. Iedereen is landerig of afwezig.

Sri Lanka: VOC-mentaliteit
Frankfurt, 28 januari 2014
De Hollanders zetten in 1602 voet aan wal op het voormalige Ceylon, delen er de lakens uit, verdrijven met hun vloot de Portugezen en gedogen in ruil voor het monopolie op de handel in kaneel en olifanten de autonomie van het lokale koninkrijk. Dat verandert rond 1658 als het eiland een Nederlandse kolonie wordt en er een koloniaal bewind wordt gesticht, dat tot 1796 zal bestaan, het jaar dat de Engelsen het gebied definitief veroveren en er tot 1948 de macht hebben. De sporen van het verleden zijn nog zichtbaar. De binnenlandse oorlog brengt in de 20e eeuw tweespalt in het multi-etnische land: de hindoeïstische Tamils, gelieerd aan India, tegenover de boeddhistische meerderheid van Singalezen. Pas in 2009 wordt na 25 jaar de oorlog in het nadeel van de Tamils beslecht. Achter de vrees voor deze bevolkingsgroep, die tijdens het Engelse bewind de beste baantjes toegewezen had gekregen, schuilt de vrees voor het grote India.


Negombo
Negombo, 29 januari 2014
“No spicy, just medium.” roept een restauranthouder ons met een brede lach toe, terwijl het gekozen gerecht brandt op de tong. We zijn inmiddels een dag in Sri Lanka. Eerder, op de vluchthaven zagen we talloze taxfreeshops met uitgestalde wasmachines en koelkasten. Ze werden af- en aangereden. Grote borden achter de douane kondigden de belofte van de doodstraf aan, bij het in bezit hebben van drugs. Zoekende blikken van een bonte menigte in de aankomsthal. Buiten wachtte de tropenbries.
Ook in Negombo staan de voetgangers onderaan de rangorde van het verkeer. We zien zóveel bijna-ongelukken. Driewielers doorsnijden de verkeersstroom. Chauffeurs weten de claxon makkelijk te vinden. De geur van de stad is een mengsel van de lucht van kruiden, uitlaatgassen en de dampen van het open riool dat door de stad loopt. Het plaatsje heeft het op Portugese leest geschoeid katholiek keurmerk: overal kerken, op karikaturale manier gestalte gegeven: in bonte kleuren geverfde mariabeelden en in beelden geëtste dramatische gelaatsuitdrukkingen.Er lopen Boeddhistische monniken door de stad, niet ver van een hindoetempel en een moskee. We zien een door de Nederlanders in de 17e eeuw aangelegd kanaal, geroemd in de reisgidsen. Een half open trein trekt met veel lawaai voorbij. Passagiers springen uit een rijtuig en vinden op hun eigen manier de kortste weg. Stoffige armoede, ambachten in de buitenlucht. In winkels en banken loopt het personeel zichzelf voor de voeten. Voor iedere handeling een ander mannetje. In een bankgebouw worden de bankbiljetten hoog opgetast. Formulieren worden naar collega’s doorgeschoven, die het weer naar een baliemedewerker brengen voor de uiteindelijke financiële transactie. Verderop aan het strand ligt de vismarkt. Aanvoer van verse vis. Er ligt zelfs een haai te koop van anderhalve meter. De geur draagt niet bij aan de kooplust. Van sommige vissen lijkt de houdbaarheidsdatum ver verstreken. Verderop liggen verse tonijnen uitgestald. Vrouwen sorteren een groot deel van de vis, pekelen en spreiden ze te drogen uit over een deel van het strand. Negombo beach heeft verder weinig voor de avonturier. Rijen aaneengeregen smakeloze opsmuk van snackbars en op de toerist gerichte handel. Het stadje zelf is levendig en vriendelijk.
Deniyaya
Deniyaya, 30 januari 2014
De Regen raast met grote kracht over de groene toppen van het regenwoud. Onweer barst los. Wolkenpartijen drijven over de veertig meter hoge bomen. We aanschouwen het vanuit ons majestueus balkon, in een verblijf aan de zoom van het regenwoud.Voor een paar dagen logeren we op hoogte in een ruimtelijk gelegen kamer met houten, gelakt meubilair. Vergezichten over de bergen, het loof en de theeplantages. Langzaam rolt het onweer naar gene zijde. Vogels kwinkeleren onophoudelijk. Tromgeroffel in de verte. Vredig klinkt het ruisen van een beek.
Het bleek nog een lange trip per taxi, om direct vanuit Negombo naar hier te geraken. De wegen zijn strak geasfalteerd, wat automobilisten en andere weggebruikers niet weerhoudt om onverantwoorde inhaalmanoeuvres uit te voeren. Op veel plekken lagen koeien en zwerfhonden loom op het asfalt. Via een tolweg bereikten we het aan de zuidkust gelegen Galle, vestingstad door de Hollanders gesticht, van waaruit we het binnenland inreden. In snel tempo werd de omgeving groen en bergachtig. Levendige dorpjes tussen de thee- en rubberplantages. De bebouwing langs de weg hing vol reclameaanduidingen: een kleurig lint van lachende gezichten op bordkarton, vreemde merknamen en Singalezen die buiten hun nering hadden postgevat, ons nakijkend en zwaaiend.Overal vlinderden kinderen in schooluniform, de jongens apart van de meisjes, in driewielers of busjes getransporteerd. Spelend en lachend. In Sri Lanka kunnen alle kinderen naar school. Ook het bezoek aan een arts is gratis, maar voor bepaalde behandelingen of medicijnen moet worden betaald. Onderweg, toen we een enorm ziekenhuis passeerden, liet een voorbijganger een schrift zien en tikte tegen het glas van de auto, net voor een stoplicht. ‘Hij wil geld voor medicijnen.” riep onze chauffeur, die het niet kon nalaten te proberen ons een meerdaagse tour te verkopen.
Nippolac
Sri Lanka krijgt kleur. Overal zijn er verfwinkeltjes. In het kleinste dorp in de bergen nog. Oude huisjes van hout of beton worden in nieuwe kleuren getext met verf die in de winkel wordt vermengd naar smaak. De vooruitgang en het optimisme laten zich overal zien. Handel, lachende mensen, drukte en muziek. Kleine fabrieken, rijst- en rubberplantages. Handel in koffie en thee, edelstenen, sierraden, kruiden en kleding. Kleine naaiateliers op de stoep. De economie groeit. De gretigheid slaat toe. Toch laat de eigen cultuur zich ogenschijnlijk weinig gelegen liggen aan de invloeden van het westen. Muziek op straat in de eigen taal. Weinig iconen van westerse bedrijven. Mobieltjes hebben een ondergeschikte plaats, ook al beschikt iedereen er over een. Het merendeel heeft geen toegang tot het internet.
Sinharaja Rainforest
Deniyaya, 2 februari 2014
Daar staan we. In een bij Perrysport aangeschafte militaire uitrusting met leechprotection.. Een gids, een jongen die in deze streek is opgegroeid, wacht ons op, met een boek over vogels van Sri Lanka. Op zijn slippers! Voor we het woud intrekken pekelt hij zijn voeten. “Dat is genoeg om de bloedzuigers op afstand te houden.” Onderweg ziet hij alles wat wij niet zien: bont gekleurde vogels en reptielen. Plots duikt hij in het struweel en komt terug met een felgroene slang, de Green viper, die zich tevergeefs wentelend van zijn greep probeert te ontdoen. Dais neemt hem over. “Niet giftig” zegt de gids. Op de terugweg komen enkele kinderen ons tegemoet: “money, money!”.












