Archief | januari 2012

Zonsverduistering

Nanning, 18 juli 2011

In de namiddag schenkt een smoglaag de stad een schemerachtige aanblik, als de zon nog niet klaar is met zijn werk. Het lijkt een zonsverduistering. Ik breng Laury, die haar tocht door China vervolgt, naar het station. Om een ticket te bemachtigen stond ze vanmiddag in een rij van een paar honderd meter. Afscheid. Verder. Zelf koop ik alvast een busticket naar Hanoi, van waaruit ik terug zal vliegen. De reis kantelt langzaam terug naar Nederland. Ik probeer een gevoel van melancholie te onderdrukken: voorlopig heb ik nog een paar dagen in China. Ik lees dat er méér dan vijfendertig etniciteiten zijn in Nanning. Economische groei: tussen tien en vijftien procent per jaar, dankzij de vele fabrieken. Kennelijk is ook Nanning een werkplaats van de wereld.

 

Klankkast van leven

Nanning, 16  juli 2011

We stappen een restaurant binnen, rond het middaguur volledig gevuld met tafelende Chinezen aan grote ronde tafels. Traditie. Voor de maaltijd wordt het werk meteen stilgelegd. Eten in gezamenlijkheid. Er wordt gedobbeld. Prachtige atmosfeer.  Mensen kauwend, gesticulerend, spuwend en eten ronddelend vanuit grote afgevulde schalen.  Potten thee gaan in een cirkel langs de gasten. Kleine glaasjes met sterke drank, in een snelle klok geleegd.  Oorverdovend lawaai. Stemverheffingen. Het lokaal lijkt wel een klankkast. Zóveel uitbundige sociabiliteit. Mensen lachen naar ons en wijzen.

De menukaart toont enkele Engelse begrippen. Ik bestel ‘whine’. Lang niet meer gehad. Voor het eten laten we ons verrassen. En dat lukt: schalen met de meest bizarre zaken worden dampend op tafel gezet. Alleen de rijst is vertrouwd. De wijn blijkt een fles sterke drank van 60% met een soort hagedis erin. Laury en ik lachen onophoudelijk.

 

 

Pantomime

Nanning, 15 juli 2011

Nanning is een stoffige maar levendige stad van bijna zeven miljoen inwoners, met een vervuild kanaal, de Yong rivier, een prachtig stadspark en eindeloze hoge gebouwen en shoppingcentres. Er heerst een plezierige sfeer. Geen westerlingen. Laury en ik zijn een bezienswaardigheid.  Toch zullen in deze grensplaats vaker vreemdelingen op doortocht zijn. De zoektocht naar een slaapplaats voert naar een hotel, waarvan het personeel ons negeert en doet of we onzichtbaar zijn. We wachten tevergeefs. Dan maar naar het volgende adres, waar we met een brede glimlach tegemoet worden getreden. Het duurt even voordat duidelijk wordt dat we allebei een eigen kamer willen. De jongen en het meisje van het hotel spreken geen woord Engels en wij bijna geen woord Chinees. Heftig gebarend wordt het uitgelegd. Dan verdwijnen onze rugzakken naar de bovenste etage.

 

Nanning

China, 15 juli 2011

In de vroege ochtend dendert de trein de stad binnen. Het suburbane China oogt stoffig en maakt indruk door de rijen communistisch beton. Grauw, grijs en functioneel. Als een virus verspreidt het beton zich door steeds meer steigers en oprijzende bouwprojecten. De nacht bracht weinig slaap. De trein stond uren stil voor een oponthoud aan de grens. Een andere wereld. Chinese politie, die strak salueerde naar een douanebeambte met een imposant kostuum van rood en goud. Mijn paspoort werd zonder commentaar ingenomen. Twee uur later werden we de trein uit gedirigeerd voor een rondje langs een detectiepoortje. Wachten. Zien in de onheilspellende nacht. De trein gevuld met Chinezen.

Op het laatste moment stapte eerder in Hanoi een vrouw uit Alaska in de trein. Op wereldreis. We zijn gelijkgestemd. We wisselden bier en levensverhalen uit. Laury, zo heet ze, is 34 en werkt voor de olie-industrie: safety compliance, wat haar veel geld maar weinig voldoening brengt. Ze werkt met de man van Sarah Palin. Repte over vuile politiek. Een jonge Chinese accupunturist voegde zich bij ons in de coupé. Hij legde  de Chinese  klassieke geneeskunst uit. Als de balans in het lichaam verstoord is, moeten bepaalde meridianen worden geprikkeld

 

Gia Lam

Hanoi, 14 juli 2011

Een man roert met een stuk ijzerdraad onder het asfalt in de riolering, die door de zware regenval verstopt is geraakt. Aan de overkant werken bouwvakkers met ontbloot bovenlijf aan een woning, zand scheppend,  regen of geen regen. Er wordt weinig gefotografeerd vandaag. De grijze lucht is niet aanlokkelijk mee naar huis te nemen. Alleen de geglazuurde streng geselecteerde foto’s halen het internet. Eerder zag ik in Hoi An een Vlaams stel, hij foto’s nemend, zij commentaar gevend; “Ge moet alleen mijn gezicht op profiel zetten, inzoomen, niet mijn buik astublieft.”

In de late avond bereik ik het Gia Lam treinstation gelegen in een donkere luidruchtige achterafbuurt. Vrieskisten, koelkasten en andere zware ladingen worden vanuit een trein op motorfietsen geladen. Ongure types die me argwanend volgen. Taxi’s rijden af en aan. Treinen die luidruchtig hun vertrek aankondigen. Ik koop water, bier en snacks voor de lange treinreis naar China. Geen westerling te bekennen in dit bijstation. Vanaf nu begeef ik mij buiten de toeristische infrastructuur. De wachtruimte is gevuld met Chinezen en hun in Hanoi aangeschafte spullen.

Verkeersongeluk

Hanoi, 13 juli 2011

Een vrouw op een motorfiets wordt gelanceerd, belandt plat op haar buik en blijft roerloos liggen. Omstanders krijgen er geen beweging in. Ieder jaar worden 13.000 Viëtnamezen met dodelijke afloop geslachtofferd in het verkeer, een mondiaal record. De motorfietsen vallen niet alleen massaal aan over de weg, ook de stoep is gebarricadeerd met bikes, waardoor je naar de straat moet uitwijken, wat weer een claxonconcert van voorbijrazende motorfietsen veroorzaakt. Oversteken als voetganger  is een kunst. Héél langzaam, om het rijdend kamikazeverkeer de kans te geven je aan alle kanten te ontwijken.

Slagregen in Hanoi

13 juli 2011

Het plastiek van mijn linker trommelvlies kraakt vervaarlijk als het kleine schommelende vliegtuig van Vietnam Airlines hoogte neemt op weg naar Hanoi. Een flinke luchtzak. Twee jonge Britten gieren het uit van de pret.

Het oude stedelijke kwartier van Hanoi oogt als een vergiet van de atmosfeer: eindeloze slagregen. Opnieuw wordt een ziedende bui losgelaten op het straatleven, dat zich niet laat afleiden van de normale loop. Motorfietsen zijn gehuld in speciaal daarvoor ontwikkelde regencapes, met een uitsparing bij de koplamp. Zelfs in de regen wordt op straat eten bereid voor de verkoop. Talrijk zijn ze: de vrouwen met potten, pannen en plastic krukjes meetorsend. Een mobiel restaurant over de schouder.Voor het portaal van een dure juwelier zit een vrouw met een plastic tas, waaruit naakte kippen tevoorschijn komen voor de verkoop. Ook in Hanoi schakelt de economie over vele snelheden. De bevoorrading van restaurants en bars is in deze miljoenenstad nog kleinschalig: een man voorziet met zijn motorfiets de hele horeca in de kathedraalbuurt van ijsblokken, torsend over zijn schouder. Kratten bier volgen dezelfde weg.