Verdubbeling van de benzineprijs

Paramaribo, 8 september 2005

 Zonder genade heeft de politiek de benzineprijs met onmiddellijke ingang verdubbeld van 1.40 SRD naar 2.80 SRD per liter. De regering wil de brandstof niet langer subsidiëren nu de olieprijs op de wereldmarkt gestaag omhoog klimt. Frappant is dat Suriname zelf beschikt over aardolie. Omdat de capaciteit van de raffinaderij te beperkt is, wordt de ruwe olie geëxporteerd, onder andere naar Venezuela, en vervolgens weer ingekocht op de wereldmarkt. Zo is Suriname tegelijk importeur en exporteur, net als sommige Afrikaanse landen, waar evenmin van de eigen rijkdom wordt geprofiteerd. De media tonen weliswaar begrip voor de onvermijdelijke prijsstijging, het gegeven echter, dat de politiek geen compenserende maatregelen heeft getroffen voor de economisch zwakkeren, oogst veel kritiek. Zelf word ik de straat opgestuurd voor enkele interviews met passanten. Aan de Waterkant krijg ik prachtige verhalen voorgeschoteld. Ik schiet ook de bijbehorende foto’s. Het eindresultaat wordt paginagroot geprojecteerd. In winkels worden prijzen al regelmatig in euro’s of US-dollars aangegeven. Veel mensen noemen Bouterse en zijn partij als beter alternatief van het huidige Nieuw Front. Bouterse zelf speelt gretig in op de kritiek en gebruikt die als breekijzer met het doel de macht te kunnen grijpen. Wellicht denkt hij op deze manier onschendbaar te worden voor het strafproces dat hem boven het hoofd hangt voor de decembermoorden.

Iedere tocht langs de Waterkant over de markt ervaar ik als een aangename verpozing. De indrukken blijven imponeren. Niks mooier dan je laven aan de stadstaferelen. Sinds enkele dagen ben ik de gelukkige eigenaar van een Surinaams telefoonnummer van Telesur. Ik heb mijn mobieltje, of cel, zoals hier genoemd, laten ombouwen zodat ik lokaal kan bellen en beter bereikbaar ben voor de krant.

Een nachtelijke tocht door de stad voert langs een open rioolput. Het deksel is spoorloos. Een imposante rij kakkerlakken marcheert vanuit de put over het trottoir en vervolgens recht omhoog over een afrastering. Jak

.——–

DSC00725

Dagblad Suriname

Paramaribo, 8 september 2005

Ik schrijf een artikel over een instituut voor verstandelijk gehandicapten in het district Nickerie. Op gehandicapte kinderen rust een taboe en wordt vooral in Hindostaanse kringen gezien als een straf. Ik leg een telefonisch interview af met de voorzitter van de betreffende stichting. Ik kan hem moeilijk verstaan. Gelukkig zie ik nieuws in de uitbreiding van het opvangcentrum, met Nederlandse fondsgelden gerealiseerd. De redactiekamer grossiert niet in materiële overvloed. Afgemeten ontvang ik een kladblok, een potlood, en een ballpen. De bureau’s ogen oud, kabels liggen bepleisterd dwars over de vloer, computers zijn verouderd. Er is één internetcomputer voor de hele redactie. Medewerkers hebben geen eigen e-mailadres, met uitzondering van de directeur en de hoofdredactrice. Soberheid is hier het handelsmerk. En daar is niets mis mee, maar vanuit een verwende blik uit Nederland wel opzienbarend.

Mijn eerste bericht staat op de voorpagina. De eindredactie heeft enkele fouten laten insluipen. Ook fouten die er aanvankelijk niet instonden. Niemand die zich er druk om maakt. De sfeer op de redactie is sjofel. Een vrouwelijke collega kan geen afstand nemen van haar cel, en belt en smst de hele dag. Ik zag haar een interview afleggen, terwijl ze gelijktijdig op het schermpje van haar mobieltje blikte, of in een handspiegel. De sfeer slaat op mij over. Het is relaxed, gezellig, en toch worden er ook degelijke artikelen geschreven, naast enkele ‘kleurige’ stukjes over Bollywood. In Suriname heerst de traditie van de tories, of de mondelinge vertelkunst, wat ook is terug te zien in de opbouw van krantenartikelen: uitgebreid uitwaaierend, waarbij de kern van het verhaal tot het laatste wordt bewaard en uitgebreid opgediend. Hollanders zijn gewend om koppen te snellen en de kern zo snel mogelijk eruit te lichten en te vatten, zo snel mogelijk van A naar B. Rationeel, alhoewel ook daar de opzichtigheid aan terrein wint.Om negen uur beginnen we hier” zei Serena, de hoofdredactrice enkele dagen terug. Een dag later sta ik stipt om negen uur in de ontvangsthal van het dagblad. Geen collega te bekennen, afgezien van de beveiliging. Voortaan kom ik minstens een half uur te laat. Op mijn gemak. Ik ben niet te laat, zo blijkt: no span! “Jullie Nederlanders hollen de hele dag” krijg ik vaak te horen. Rond 12.00 u. sloft men wat rond in het redactielokaal en wordt er roti gegeten. De kruidige lucht vult het gebouw. Tegelijk wordt naar een prettige tune op de radio gezocht.

Ik stal mijn lome lijf in een plastic terrasstoel aan de Waterkant. Een parassol trekt een doorzichtige schaduw over mij heen. Een fles Parbobier mist zijn uitwerking niet. Alcohol gaat een genadeloos verbond aan met moeheid en hitte.———-

DSC00715

St. Antoniuslof: bidden voor de bloeddruk van oom

Paramaribo, 7 september 2005

De mis op dinsdagavond. Een prachtige houten kerk, goed in de lak, gevuld met creolen. Er worden zo’n twintig weesgegroetjes opgedragen, gevolgd door enkele wensen van Parochianen: “ dat de bloeddruk van oom stabiel mag blijven, dat ons nichtje maar een goede stageplaats mag krijgen. Heer bescherm ons tegen het vuur van de hel.” Een uur na de mis verandert het decor in de straat van de kerk in een tippelzone: het vuur van de hel aan de schenen van meisjes van amper achttien.

Ik bezoek een Chinees buurtrestaurantje. Chinezen beheersen het Nederlands nauwelijks. Ze zijn erg gericht op de eigen kring. Achter tralies presenteren ze hun waar of voeren ze hun restaurant. Het eettentje betreft een nagenoeg kale ruimte, waarin enkele mannen in het Sranan een wedstrijd stemverheffen houden. Op een tafel twee djogo’s (grote flessen bier). Er wordt heftig gediscussieerd. Af en toe vang ik wat woorden op. Het gaat over politiek. Op de terugweg loop ik langs de electriciteitscentrale, die in mijn woonwijk is gelegen. Een oorverdovend lawaai. Zo nu en dan valt in Paramaribo de stroom even uit. Ik koop voor 1 SRD De West van een creoolse dame, die met kranten langs de weg staat. Ze begint een gesprek. Ze heeft een aantal jaren in de Bijlmer doorgebracht, maar is uit heimwee naar Paramaribo geremigreerd. Veel Surinamers hebben een tijd in Nederland gewoond. De verkoopster verdient 6 SRD op een avond, waarvan 2 SRD nodig is voor de bus. Het leven vindt ze erg zwaar. Ze mist de welvaart van Nederland, maar prijst de saamhorigheid in Suriname.

Image

Kanaal Apintie

Paramaribo, 7 september 2005

Kanaal Apintie schotelt een politieke uitzending over het nieuwe kabinet. Twee verse ministers schuiven bij een interviewer aan tafel: de minister van Landbouw (Raghoebarsing) en de minister van Ontwikkelingssamenwerking (Van Ravenswaay). De interviewer stelt neutrale vragen, reageert gedistingeerd. Raghoebarsing geeft een uitgebalanceerde visie. Zijn collega, wiens gezicht blank bloed in zijn famillietak verraadt, praat oeverloos maar zegt niets. Het programma duurt eindeloos. Men geeft elkaar de tijd, er wordt niet geïnterrumpeerd en bejegend elkaar hoogachtend. In Nederland is de interviewer, bijvoorbeeld bij Nova, advocaat van de duivel en wordt getracht in een zo kort mogelijke tijd een discussie scherp op de snede te voeren.

De Surinaamse politiek staat voor een behoorlijke opgave: indammen van de ambtenarij, die met Hollandse guldens is grootgebracht. Bekend is de zeven-even ambtenaar: in de ochtend inklokken, vervolgens zeggen: “ ik ben even weg” om vervolgens de rest van de dag te gaan hosselen. De economie behoeft een vernieuwingsimpuls. Nieuwe markten moeten worden gezocht, want de traditionele rijst en bacoven bieden onvoldoende perspectief. Suriname kantelt van Amsterdam naar het Caribisch gebied. Er staat nog ongeveer 140 miljoen euro op de tegoedrekening van Nederland. Als ook dat bedrag is besteed, staat Suriname op eigen benen. De wederzijdse interesse tussen Suriname en Nederland neemt af, afgezien van de toegenomen stroom Nederlandse stagiaires en toeristen. Suriname maakt deel uit van de Caricom, de EU van het Caribisch gebied, waar vanaf 2006 een single market opgeld doet. Talloze verdragen en samenwerkingsovereenkomsten worden gretig ondertekend, vandaag een overeenkomst tussen Venezuela en Suriname over de levering van olie.

Met Nederlandse verdragsgelden kunnen Surinaamse patiënten met complexe ziektebeelden, zoals kanker, worden geholpen. Traditiegetrouw gebeurt dat in Nederland: patiënten worden op kosten van het Staatsziekenfonds naar Amsterdam gevlogen. Sinds zomer 2005 worden patiënten echter naar Colombia vervoerd. Hier kunnen patiënten goedkoper worden geholpen dan in Nederland.————-

DSC00720

Surinaamse verkeersregels

Paramaribo, 7 september

Ik huur een fiets. Een oude Hollandse damesfiets. Voor 1 SRD per dag. Het meisje waarmee ik zaken doe, lacht me toe en zegt: “ in Suriname hebben we maar één verkeersregel: links rijden!” Het linksrijden is een erfenis uit het Engels koloniaal verleden. Als voetganger word ik al dagenlang aan alle kanten belaagd door automobilisten, die in telkens wisselende kluwen over de verkeerskruispunten trekken, claxonnerend en manoeuvrerend, omringd door opstuwende verstikkende roetdampen en uitlaatgassen.

Nu is het tijd voor wraak: als bezeten rijd ik in hoog tempo door de straten, door rood licht, slalommend tussen de auto’s. Ik oogst waarempel bewonderende blikken, waarop ik tot noch toe, ondanks hoffelijke gestes mijnerzijds, niet heb kunnen rekenen. Ik fiets door verre buitenwijken. Grote contrasten. Met drugsgeld opgetrokken villapanden van rookglas, dure auto’s met ingebouwde geluidsinstallatie met gangstarap, en verderop een krakkemikkige stal, bestaande uit enkele vertimmerde planken. Onderweg zie ik een lesauto! Lachwekkend. Wat kan een instructeur hier nog uitrichten? Sommige verkeerslichten functioneren niet, ook rijden er mensen zonder rijbewijs rond, zo hoor ik van Maisa. Ik geniet met volle teugen van alle taferelen.

Afspraak is afspraak

Paramaribo, 6 september 2005

Klokslag 11.00 uur sta ik in de ontvangsthal van Dagblad Suriname. Een immense ventilator hangt onheilspellend boven mijn hoofd. Achter een houten schot, naast een stapel kranten, werken enkele Hindostaanse en Javaanse dames. Een klein loket aan de andere kant, herbergt een receptioniste die op mijn verzoek de hoofdredactrice belt, met wie ik een afspraak heb. “ Sorrie meneer, u moet een afspraak maken!” “ Maar ik hèb een afspraak’ probeer ik nog. Ik moet een dag later op hetzelfde tijdstip terugkomen. Vol ongeloof sta ik even later weer buiten. “ Afspraken in Suriname bestaan niet” lacht Jenna mij even later troostend toe.

Een uur later stap ik in de auto van Taxi Min op weg naar naar het Politiekorps Suriname, afdeling Vreemdelingendienst. Een verblijf van meer dan een maand vereist namelijk een extra stempel. Als ik aan kom rijden staan vier blonde verpleegsters in wit uniform voor het gebouw. Na een paar dagen tussen donkere mensen te hebben verkeerd, bekijk ik ze met een ‘zwarte’ blik. Een politiechef met een enorme schotelbarret torst een indrukwekkende stapel dossiers naar binnen. Ik vrees het ergste. Wonderbaarlijk word ik vriendelijk en binnen vijf minuten voorzien van de gewilde stempel. Een van de verpleegsters vraagt of de dames mogen meerijden. Het blijken stagiaires uit Nederland. De taxichauffeur lacht zijn ene gouden tand bloot, als hij even later in zijn achteruitkijkspiegel naar de vier paar blauwe ogen staart.

De hitte beneemt mij de adem, legt me lam, zet mijn bewustzijn onder een glazen stolp

Image

Ramen en deuren open

Paramaribo, 3 september 2005

Jenna loopt af en toe langs mijn appartement en geeft adviezen: “ je moet slippers aandoen mijn schat, die schoenen zijn veel te warm zo, ik breng ze je wel even.” In Suriname heersen familiaire netwerken. Ik moet wennen aan de openheid. Ik ben aangenaam verrast door zoveel sociale betrokkenheid, maar zie ook de sociale controle. Mijn ramen en deuren blijven de hele dag open. Zo vangt de wind mijn woonruimte en kruipt ongedierte een deur verder. Laat het een metafoor zijn: ramen en deuren open.

De in de reisgidsen geroemde bezienswaardigheden zoals Fort Zeelandia, veroorzaken bij mij beperkt enthousiasme. De verrassingen zijn te vinden in de de achterafstraten waar een bonte hectische veelkleurigheid heerst. Mijn geografische oriëntatie verbetert en ik dring verder de stad binnen. Ook hier de talloze houten gebouwen, sommige in staat van ontbinding, anderen met subsidie opgekalefaterd en in de vernis of lak gezet. De ministeries zijn in mooie houten gebouwen gevestigd.

De Surinaamse zender ABC zendt om acht uur het NOS-journaal uit. Acht uur local time, als Nederland al vijf uur verder is in tijd. Tijd die ik nog tegoed heb. Het TV-aanbod is mager. Een beetje Bollywood voor de Hindostanen, Amerikaanse series, films, muziek, en wat lokale reclame.

Jenna is famillie van Pim de la Parra, de ook in Nederland beroemde cineast van Wan Pipel. Drogisterij de la Parra zou geschikt zijn als filmdecor. Aisha, het Nederlands nichtje van Jenna, die twee jaar eerder in Suriname stage liep, schrijft in haar verslag: “ Zaterdag 27 december 2003. Vandaag hielp ik even in de drogisterij. “ Kan ik u helpen meneer?” “ Ja, wat kosten de condooms?” “ Tante Jen, wat kosten de condooms?” roep ik van de andere kant van de winkel. Drogisterij de la Parra haalt al dertig jaar een aanzienlijk deel van de winst uit de condoomverkoop. Er komen hier onder andere veel hoertjes condooms kopen.” In hetzelfde verslag een kerstgebedje in het Sranan dat Aisha voor de kerstmis uit haar hoofd heeft geleerd: ‘ Krisneti kom joe blijf tem, mie hattie lobi joe. Now mie de go na Bethlehem en ala trawan toe en ala trawan toe.” De drogisterij is in 1890 opgericht als Apotheek de la Parra.

Mijn buren zijn luidruchtig rochelende Chinezen, die de naast mij gelegen winkel voeren. Achter een hek van hun winkelpand staan allerlei potten, pannen en huishoudelijke artikelen te koop. De winkel biedt een antieke aanblik. Ik maak kennis met Tante Gus van 92, de tante van Jenna. Ze heeft een lieve uitstraling en draagt een aura van tevredenheid. Jenna verzorgt haar. Ouderen worden in Suriname anders dan in Nederland met warmte in de familiekring verzorgd. Misschien deels ook uit noodzaak: sociale voorzieningen in Suriname zijn schraal. Vanuit de blik van de gestreste Hollander zijn de Surinaamse straattaferelen komisch. Alles werkt, maar ook weer niet. Straatnamen zijn op houten bordjes geschilderd. Vandaag liep ik door de Kromme Elleboogstraat. Winkeletalages tonen een bord –OPEN- terwijl de deur hermetisch is afgesloten. Gaten in het wegdek. Rijk naast arm. Het oudste dagblad van Suriname, De West, sneert naar ‘bananenrepubliek’ Nederland:“ Bewindslieden laten vijftig nevenfuncties ongemeld.” Gekrakeel rondom minister Veerman. Leuk om Nederland vanuit de Surinaamse media te bekijken. Dat relativeert.———————————————–

DSC00719

———————————

DSC00735

In het najaar van 2012 voltrekt zich een tragiek in de Zwartenhovenbrugstraat: een aantal panden, waaronder de  130 jaar oude drogisterij, brandt volledig af.

Drinken uit een cocktail van taal en cultuur

Paramaribo, 2 september 2005

Na een aangename nacht onder de klamboe schrik ik om zeven uur wakker. Nog moe van de reis, maar aan de betere hand, loop ik bij Jenna binnen. Koffie wordt mijn deel. Jenna praat honderduit. Ik kan haar moeilijk volgen: door de hitte reageer ik vertraagd, zo lijkt het wel. De buitendeuren van de winkel staan open. Het passerende verkeer is oorverdovend. De zon verspreidt een zinderende hitte, nu al. Voor het eerst ga ik op pad. Ik word overvoerd met indrukken. In de nabijgelegen Saramaccastraat loop ik richting markt, een grote hal met stalletjes met vis en fruit tegemoetlopend. Veel creolen, maar ook Chinezen en Javanen tonen hun bedrijvigheid. De geur, het zicht en de mensen! Ik heb het gevoel alsof ik in Afrika ben. Veel marrons zijn echt donkerzwart. Mooie mensen. “ PSSST hey white man” klinkt het bij mijn voorbijgaan. Het Nederlands dat wordt gebezigd, komt vreemd over. De stad is een frappante cocktail van talen en culturen, kunstmatig bij elkaar gehouden door flarden van het Nederlands, dat vaak met Sranan (“negerengels”) wordt opgediend.Vele karakters passeren mijn revue: psychotische zwervers bevangen door de hitte, mooie creoolse vrouwen, waarvan één met een net gekocht gasstel op haar hoofd, Chinese vrouwen achter een kraampje die een behoorlijke keel opzetten, flanerende ranke Javaanse en Hindostaansee meisjes met navelsierraad. Veel goud uit eigen bodem siert voorbijkomend volk: rood Surinaams goud op zwarte, gele, lichtbruine, donkerbruine, en blanke huid. Een gouden ketting door de stad met schakels over alle rassen. Ik ben zwaar onder de indruk. Mijn aangeharkte Hollandse vooroordelen, toch besmet met het verkrampte integratiedebat in Nederland, smelten in de zon.

DSC00750

Aankomst in een ander werelddeel

Paramaribo, Donderdag 1 september 2005

Wow. Ik ben er. De kist van KLM had bijna drie uur vertraging vanwege een kapot landingsgestel. Uiteindelijk veilig geland op luchthaven De Zanderij. Op de trap van het vliegtuig voel ik de tropenbries en lonkt een heldere sterrenhemel. Een aparte uitheemse geur doet Nederland snel vergeten. Bij de uitgang van de luchthaven wacht een bontgekleurde menigte op zoek naar gelande famillie. Een Javaan staat naast zijn taxibus met een bordje met namen waarvan de mijne het grootst: MR JANSSEN. Ik zet grote ogen op onderweg van vluchthaven naar stad, als we even later vertrokken zijn. Allemaal houten huisjes tussen palmbomen, waarvoor stadscreolen onderuit hangen op een veranda. Het linksrijdende kamikazeverkeer vliegt over kraters in het wegdek, voortdurend claxonnerend en slingerend. In onze bus is naast een aantal stagiaires, een creools paar meegelift. Het had nogal wat voeten in aarde voordat mevrouw (breed van bouw) door haar man in het busje was gemanoeuvreerd. “ Pus mi” riep ze wild tegen de man, die haar grijnzend bij de billen vastgreep en het busje induwde. Uiteindelijk werd het paar in Latour afgezet, een achtergestelde wijk in Paramaribo.Mijn appartement is gelegen in het centrum van de stad. Het contrast met Nederland is veel groter dan gedacht. Veel bouw is opgetrokken uit hout en in vervallen staat. Ik woon in de straat van het kantoor van Dagblad Suriname, de krant waarvoor ik ga werken. De krant zelf, die ik later in handen krijg, oogt kleurrijk, het gebouw sober. Ik word hartelijk ontvangen door mijn huisbazin die op hetzelfde erf woont en haar dochter. De huisbazin, Jenna, drijft een drogisterij die eruit ziet als een Nederlandse apotheek uit de jaren ’50, voor mij een charmante curiositeit.Ik heb een grote woon- en slaapkamer tot mijn beschikking, een badkamer en een keukentje met doorloop naar een buitenterras. De hangmat ontbreekt niet. Hangen is een populair tijdverdrijf, zeker nu in de grote droge tijd (33 graden).Tegen mijn plafond kruipen twee gekko’s. Een dikke spin die met een voor Suriname ongebruikelijke snelheid over de wand scheert, schiet weg bij mijn komst. Een enkele muskiet zoemt door de kamer en ruikt Limburgs bloed. Op het erf sjokt een stoffige waakhond. Zijn trouwe ogen maken veel goed als hij mij kwispelend tegemoet treedt.

Image

Kiev

Kiev, 26 augustus 2009Image